Fiets
Hé kleine meid op je kinderfiets
De zon draait steeds met je mee
Hé kleine meid op je kinderfiets
De zomer glijdt langs je heen
Met je haar in de wind en de zon op je wangen,
Rijd je me zomaar voorbij, fiets
Hé kleine meid op je kinderfiets
Je lacht en je zwaait naar een zwaan
En de vijver weerspiegelt je witte jurk
En het riet fluistert je naam
En het zonlicht speelt in je draaiende wielen,
Schitterend strooi je met licht, fiets
Hé lieve meid op je kleine fiets
Als een witte stip in het groen,
Slingert je blinkende kinderfiets,
Zich dwars door het zomerseizoen
En je rijdt maar door en je fiets wordt steeds kleiner
Plotseling ben je weg, fiets
Wat een abrupt einde eigenlijk en wat is de bedoeling die erin is gelegd? Ik geloof niet dat het alleen maar is geschreven om een mooi beeld op te roepen. Vooral dat nadrukkelijk uitgesproken 'fiets' aan het einde van de coupletten intrigeert mij. Vroeger dacht ik altijd dat er de fiets zelf mee werd bedoeld, wat ik vreemd vond klinken. Nu heb ik het gevoel dat het een werkwoord is, en daarmee krijgt het woord een andere lading: het zet mij krachtig in het NU, zoals trouwens de hele tekst. En tja, het lukt je natuurlijk nooit om daar te blijven, dus ben je weer weg op het eind? Dat zal mijn interpretatie wel zijn: past me in elk geval op het moment. En vroeger... ik had vroeger ook een fiets en een witte jurk, zodat het voelt alsof het liedje nu speciaal voor mij zingt in mijn hoofd. Liefdevol.
Jammer genoeg is het geen zomer. Ik begin genoeg te krijgen van al dat ijs en verlang naar de warmte, en ook een beetje naar dat kleine meisje van lang geleden. Bij gebrek aan een foto, doe ik alvast een stukje voorjaar hierbij als voorproefje. Wel mooi eigenlijk: dat wit. En ik herinner me opeens dat er gaatjes als bloemetjes in de stof zaten van mijn lievelingsjurkje. Heb ik de bloemetjes nu uiteindelijk gevonden?
Bosanemoontjes
Geen opmerkingen:
Een reactie posten